Het sprookje van het hart
In een land hier ver vandaan woonde eens een prinses
Ze gaf zoveel en dat bleef ze doen Ze zag zichzelf maar half en ontving nog geen korrel van de koek voor haar neus. Zo afgeleid door de draaikolk van emoties, zorgen en angsten. Afgescheiden van liefde, afgescheiden van de bron. Alleen in het dorre landschap van vergetelheid en omdat zij het zo zag, zag ze de regenboog niet. Zag ze de koek niet, terwijl het toch echt recht voor haar neus stond. Ze keek eroverheen, erlangs en eronder maar ze keek het niet aan. Bang voor haar eigen ogen die terug zouden staren.
Continue reading “Het sprookje van het hart” »
Kwetsbaarheid. Misschien is de gedachte onkwetsbaar te zijn een illusie en precies hetgeen wat ons vooral kwetsbaar maakt. De verwachting dat we niet te kwetsen zijn. Uiteindelijk zijn we allemaal te kwetsen, allemaal kwetsbaar. Hoe groot en hoe sterk we ook zijn. We hebben allen onze zwakke plek. Onze wonden die we verstoppen. Onze gezichten die we denken te verbergen. Soms willen we gekwetst worden, om te voelen dat we leven. Verslaafd aan de spanning die drama met zich meebrengt.


