De Zielenzuiger een spannend verhaaltje

Ik doe mijn best om mijn schrik te verbergen. Er is bijna niks meer van haar over. Mijn hart bonst in mijn keel. Twee weken geleden was ze nog kerngezond. Ze leek wel iets in de war de laatste tijd maar fysiek zag ze er goed uit. En nu krap 13 dagen later ligt ze uitgemergeld en uitgeput in een ziekenhuis bed.

“Jen, wat fijn dat je er bent.” Mays strekt haar hand naar mij uit. Magere en bleke vingers strengelen zich om de mijne. “Hoe voel je je vandaag?”, hoor ik mezelf met onvaste stem vragen.


“Hetzelfde als gisteren.” Antwoordt Mays vermoeid. “Wanneer krijg je de uitslag van de bloedtest?” Met zacht gekerm en met een van pijn vertrokken gezicht, richt ze zich op in haar bed. “Morgen, geloof ik.”
Ze sluit even haar ogen en ademt diep in.  “Ze hebben geen idee wat het kan zijn. De artsen staan voor een groot raadsel. Ik lijk fysiek in orde te zijn. En toch is het alsof het leven uit mij gezogen wordt. Als dit zo door gaat heb ik nog maar drie dagen.”

Ik schrik. Voor zover ik nog in mijn lijf zat, is nu ook dat laatste restje eruit. “Doe niet zo raar! ,zeg ik harder dan bedoelt. Zulke dingen moet je niet zeggen Mays! Een beetje vertrouwen, ze vinden echt wel wat de oorzaak is. Ik weet het zeker het komt goed.  Je bent jong, gezond, ze vinden wel een oplossing!”

“Jennifer, ik ben bang. Er zit iets echt niet goed. Ik denk niet dat er iets met mijn gezondheid is. Ik denk dat het komt door wat wij gedaan hebben.  Weet je nog, 1 oktober? Sindsdien zijn er rare dingen gebeurd. Ik wilde er niet over praten omdat ik dacht dat het mijn fantasie en mijn angst was. En later sprak ik er niet over omdat ik het geen energie wilde geven. Het begon allemaal heel onschuldig, koude windvlagen of de televisie die vanzelf aanging, maar het werd steeds erger. Toen ik op een nacht uit bed gesleurd werd, door een onzichtbare kracht, heb ik meteen de volgende dag een paragnost ingeschakeld. De paragnost, Nessie, voelde meteen dat er iets vreselijk mis zat. Zij had het over een sterke demonische energie die uit was op mijn ziel. Daar voedt hij zich mee, legde ze uit. En angst geeft hem kracht en maakt hem sterker. Met veel moeite, want ze kreeg veel weerstand, heeft zij mijn huis gereinigd en sinds die dag word ik met de minuut zwakker. Ik doe mijn best om rustig te blijven en niet bang te zijn. Maar gisteren belde ik Nessie, Mays valt stil,…… haar moeder nam op. Nessie is dood en artsen hebben geen idee hoe het komt”

Ik verslik mij in mijn water en schuif ongemakkelijk op mijn stoel. “Mays, ik snap dat je nu van alles in je hoofd haalt, maar van wat wij gedaan hebben word je niet ziek. En het was niet echt. Door alle spanning dachten we van alles te ervaren maar het was gewoon niks. Misschien droeg Nessie een of ander virus bij zich, weet jij veel. Ik weet zeker dat de doktoren iets vinden, echt. Jij gaat nog lang niet dood!” Ik slik de brok in mijn keel weg. Alsof ze kracht wil verzamelen ademt Mays diep in. “Jen! Ik meen het! Wat wij hebben gedaan was geen spelletje! Er zijn meer mensen die het gedaan hebben en die daarna ziek of gek zijn geworden…. of erger…Die nu dood zijn. Ik heb veel nagedacht in dit ziekenhuisbed en ik heb flink research gedaan op het internet. Echt ik heb het onderschat, het is levensgevaarlijk!”

“Houd toch eens op! Mays! Dat geloof je toch niet?! Wat je op internet leest zijn allemaal sensatie verhalen, daar ben jij toch veel te slim voor? Ik geloofde het die avond niet en ik geloof het nog steeds niet. Alles wat er gebeurd is die avond, inclusief het vliegend glas, hebben wij zelf gedaan. Dat heeft niks met je ziek zijn van nu te maken. Het is nu bijna een maand geleden. Laat het los! En richt je alsjeblieft op je herstel. Alsjeblieft?” De wanhoop is hoorbaar in mijn stem. Nu Mays haar verstand lijkt te verliezen, wordt mijn angst om haar kwijt te raken alleen maar groter. Ik weet niet goed wat ik met mezelf aan moet.

Ik geef haar een kus op haar voorhoofd. “Ik moet nu gaan, ik kom morgen weer. Kan ik iets voor je me nemen?” Mays draait haar hoofd weg en tuurt uit het raam. “Ik kan nu niks bedenken.”
“Sms me maar als je iets bedenkt.” Met een kracht waarvan ik niet wist dat ze het nog in zich had, grijpt ze mij bij de pols. “Jen, echt je moet mij geloven. Als we dit niet uitzoeken dan ga ik dood. Gisterenavond liep er een jongetje met zijn moeder over de gang. Toen hij mijn kamer binnen keek sloeg de totale paniek in hem toe. Hij gilde, schreeuwde, krijste. Zijn moeder kon hem bijna niet in bedwang houden. Het kind was helemaal in paniek! In eens was hij doodstil en de hele kamer werd ijskoud. Zijn moeder en de artsen op de gang stonden stil. Als ware ze bevroren. Hij kwam op mij aflopen en keek mij aan, zijn ogen, melkachtig wit, boorden diep in de mijne. Ik ving een glimp op van een ziel zo zwart, dat het mij de adem benam. Ik begon hysterisch te huilen en tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik zelfs in bed heb geplast van de angst. Ik was als verlamd. Ik kon helemaal niks doen, niet bewegen, niet roepen, helemaal niks. Het leek alsof er verder niemand anders was, dan het jongetje en ik.

Ik was zo bang. Dat kan ik met geen woord beschrijven. Eerst keek hij mij alleen maar aan. Met zijn duivelse ogen hield hij mijn blik gevangen. Hij hield zijn hoofd scheef en zei, met een raspende stem die niet bij en 8 jarig jongetje past, “Ik ben bijna klaar met jou.” Vervolgens liet hij een lach horen die ik nooit meer uit mijn gedachten krijg. Zelfs nu kan ik hem horen lachen. Elk moment hoor ik hem of ik nou slaap of wakker ben. Ik hoor hem, ik ruik hem, ik voel hem. Ik voel hoe hij zich met mij voedt, Ze fluistert, zelfs nu.”

Ze vervolgt. “Hij maakte een buiging en liep weg. Ineens draaide de wereld weer door en stond het jongetje weer te krijsen op de gang. Hij wees naar een plek achter mij. De zielenzuiger! De zielenzuiger! Gilde hij. Het enge is toen hij zei dat hij bijna klaar met mij was, voelde ik dat het de waarheid is. De Zielezuiger, zoals het jongetje hem noemde, zuigt mij langzaam leeg. Neemt langzaam mijn ziel tot zich. Ik zal nooit rust kennen als hij mijn ziel krijgt. Dat weet ik zeker. Je moet mij geloven, Jen en  je moet wat doen! Anders houd ik voorgoed op met bestaan. Denk eens na over die betekenis.”

Een rilling loopt over mijn rug. “Mays, doe eens niet zo eng! Het zijn de medicijnen. Ze weten niet wat er mis is met je, dus krijg je nu van alles. Door die troep ga je halicuneren en je allerlei gekke dingen in je hoofd halen, omdat je bang bent. Echt vertrouw me nou. Het komt goed. De artsen zullen wat vinden en jij blijft leven!” Ik houd van je Mays, ik wil je niet kwijt….je bent mijn beste vriendin! Ik ga nu echt, zucht ik, als je nog iets bedenkt dat ik morgen voor je kan meenemen, sms me dan. Probeer nu wat te rusten en zet die gekke ideeën uit je hoofd. Ik druk een kus op haar wang en loop met lood in mijn schoenen de ziekenhuis kamer uit. Ik vind het moeilijk haar achter te laten. Tegelijkertijd heb ik het zo benauwd dat ik niet kan wachten tot dat ik buiten sta.

Onderweg naar huis blijven de woorden van Mays door mijn hoofd spoken. Mays was al enige tijd bezig met het spirituele en de dag na haar 33ste verjaardag, 1 oktober, heb ik mij laten overhalen om mee te doen met het Ouija bord. Toen ze het mij vroeg wist ik niet eens wat het was. Het is een houten bord met de letters A t/m Z, de cijfers 1 t/m 10 en Ja, nee en daag erop geschreven. Het wordt gebruikt om te communiceren met de overledenen.

Volgens Mays zijn de doden een stuk slimmer dan wij en hebben zij allerlei antwoorden over de toekomst. Dit omdat zij niet meer door het fysiek beperkt worden en overal mee in verbinding staan. Of zo iets. Ik vond het al meteen onzin en zag er dus geen kwaad in om voor Mays mee te doen. Ze had het er al zo lang over. Ze vond dat ze er klaar voor was en had wat belangrijke vragen over haar toekomst. Ze stond op een kruispunt in haar leven, haar relatie had ze twee jaar geleden verbroken ze wilde weten hoe het verder zou gaan in de liefde. Over haar carrière had ze ook aardig wat vragen. Ik had er geen. Ik deed puur mee voor Mays. Als verjaardagscadeau.

Toen ik die avond bij Mays kwam had ze er een gezellige boel van gemaakt. De kamer rook zoet en werd verlicht door tientallen kaarsen, op de achtergrond speelde rustige muziek. De sfeer was gemoedelijk en ontspannen. Op tafel stond het  Ouija bord, een glas omgekeerd erop, water en wijn er naast. “Mag dat wel alcohol drinken wanneer je met de doden spreekt?!” Grapte ik nog. “Die vrouw van Seth doet het ook, reageerde Mays bloedserieus, alleen drinken zij bier. Het bevordert het contact.”

Ik had toen moeten stoppen.

Ik kom thuis met boodschappen die ik onderweg nog heb gedaan. Mijn huis is koud en donker, ik doe de gordijnen dicht en de lichten aan. Jinx, mijn aangewaaide kat, zigzagt luid mauwend tussen mijn benen door. Ineens gaan mijn nekharen overeind en een rilling loopt langs mijn ruggengraat. Ik heb het gevoel dat ik bekeken wordt, alsof er iemand in huis is.  Ik draai me om en zie niks. Toch heb ik het gevoel dat iemand er is. Het lijkt alsof iemand in mijn gezicht ademt. De geur van verrotting doet me kokhalzen. Een koude wind strijkt de haren uit mijn gezicht. De vacht van Jinx  staat overeind, haar oren liggen plat in haar nek. Het is op dit moment dat ik leer dat katten ook kunnen grommen. Als een bezetene begint Jinx te blazen en dan ineens klinkt een harde klap. Alsof er een deur hard dicht slaat. Van schrik maak ik een sprongetje, ik houd mijn adem in. Het volgende moment is alles weer normaal. Behalve mijn hartslag.

Mijn hart bonkt in mijn keel en in een reflex til ik Jinx van de grond. Haar hart slaat een even groot alarm als de mijne. Ze wurmt zich los uit mijn armen en schudt zich stevig uit, als een hond die gezwommen heeft. Vervolgens begint ze zich te wassen alsof er helemaal niks vreemds gebeurt is. Het enige dat iets verraadt is haar staart, die nog dik  is van boosheid. Mijn handen trillen, mijn hart bonkt nog steeds in mijn keel. Ik sta als aan de grond genageld. ‘Wat was dat?’ Ik haal een paar keer diep adem en schud met mijn hoofd om mijn gedachten te ordenen.

“Die rare verhalen van Mays ook!” Spreek ik mezelf toe. Met een gratie die deskundigheid doet vermoeden druk ik mijn angst ver weg en richt ik me op dat wat ik nog moet doen vandaag. Het interview uitwerken dat ik morgen voor 14.00 moet inleveren. Ik besluit ter voorbereiding van het een en ter afronding van het ander eerst te douchen.

Onder de douche ben ik in mijn hoofd al vast bezig met het interview. Waar ging het ook al weer over?
Oh ja, een bakkerij die 566 jaar bestaat, mooie verhalen uit verschillende generaties, roddels en smeuïge details, maar welke ook al weer? Gelukkig heb ik alles opgenomen op een voice recorder want door de schrik lijkt mijn geheugen even niet toegankelijk. Ik schuif het douchegordijn weg en kijk verbaasd naar de plek waar ik mijn handdoek verwacht. Ik heb toch net een schone handdoek opgehangen?

Bedekt met kippenvel van de ijzige kou die in de badkamer hangt, loop ik naar de gang, waar ik mijn handdoek aan de trapleuning vind. Voor het eerst sinds ik in mijn huis woon voel ik mij naakt ineens heel erg naakt. ‘Ik ben niet alleen’ gaat er door mij heen. Snel loop ik terug naar de badkamer die nu ineens weer aangenaam warm is . Zit ik mezelf gek te maken? Ik droog me af en trek mijn jogging outfit aan. Ik rek me uit, ik moet me niet zo van alles in mijn hoofd halen. Richt je op het interview. Ik loop de badkamer uit en durf niet achterom te kijken. Uit angst dat ik iets anders zie dan dat ik heb achter gelaten.

Het is 21.00 uur wanneer ik eindelijk met mijn broodje achter mijn laptop zit. Ik gun mezelf een kwartiertje online  bijkletsen voordat ik aan het interview begin. Op facebook begint een vriendin tegen mij te chatten en we brengen elkaar op de hoogte van het wel in ons leven. Niet het wee. Dat vind ik soms zo heerlijk! Het is al na middernacht wanneer ik klaar ben met het interview. Ik til Jinx van de bank. Ze reageert met een geïrriteerde mauw. Niet dat een kat veel kan doen, maar op de een of andere manier geeft het mij een veiliger gevoel als ze vannacht bij mij slaapt. Jinx is verbaasd, ze komt nooit in de slaapkamer. “Vanavond slaap je hier mini tijger. Ga maar eens werken voor je eten.” Jinx vindt een plek op bed en installeert zich zonder commentaar.

Toen ik net in dit huis woonde liet ik wanneer ik ging slapen het licht op de gang aan. De laatste keer was vijf jaar geleden. Tot nu. Ik trek Jinx tegen mij aan en staar in het half duister. Ik heb nooit gebeden maar ik hoor mezelf zeggen; “Als er iets is, een god of een engel of zo, bescherm mij dan alstublieft.” Het is 3.33 wanneer ik wakker schrik, Jinx zit klagend bij de deur te mauwen. Kattenbak. Natuurlijk. Ik gooi de deur open en strompel terug naar bed waar ik meteen weer in slaap val.

Een swingend reggae liedje vertelt mij dat het tijd is om op te staan, ik snooze nog een paar keer voordat ik mezelf het bed uit weet te krijgen. Beneden gekomen zet ik meteen mijn laptop aan nog voordat ik naar de keuken loop om wat te drinken te pakken. Ik kijk op de klok, 10 uur best netjes, spreek ik mezelf trots toe. Met een glas sap in mijn hand lees ik het interview nog eens door. Ik ben nog steeds tevreden erover en besluit het zo te laten. Voldaan druk ik op send. Lang leve de email!

Ik besluit om de bestanden van mijn voicerecorder in de computer te zetten zodat ik het kan wissen. Wanneer ik de recorder pak zie ik dat het aan het opnemen is. Ik spoel terug. Zou er iets op staan? Wil ik dat weten? Misschien helpt het Mays? Ik zet het eerst op mijn laptop vervolgens schenk ik mijzelf een glas Southern Comfort in. Ik moet mezelf minstens twee glazen moed indrinken voordat ik op play durf te klikken.

Lange tijd hoor ik niks anders dan geruis. Op een gegeven moment hoor ik een deur open gaan. In de verte hoor ik een vreemd geluid. Het komt langzaam dichterbij. Ik houd mijn adem in om beter te kunnen luisteren mijn hele lichaam is gespannen en ik moet mij inhouden op niet op stop te klikken. Ik schiet in de lach wanneer ik het geluid echt tot mij doordringt. Het is Jinx.  Het is nu duidelijk, het geluid van een mopperende kat komt steeds dichterbij. Het maakt mij aan het lachen. Ik voel dat ik zenuwachtig ben. Weer geruis, tot dat ik mezelf hoor opstaan vergezeld door het geluid van een hongerige kat. Niks dus. Zie je! Gisteren was allemaal angst. My mind was playing tricks on me. Opgelucht haal ik adem.

Ik wil mijn laptop dichtklappen wanneer ik zie dat ik een chatbericht heb ontvangen van die vriendin waar ik gisteren avond mee sprak. De chat is van gisteren, ik had niet door dat ze nog tegen mij aan het kletsen was. Even kijk wat ze nog te vertellen had. Ik voel licht en opgelucht. Ik was zo bang dat er iets op due voice recorder zou staan!

0;59 @Jennifer Wat doe je?
1.02  @Jennifer Wie is die vent achter je?
1;10  @Jennifer Jenn!!!!! doe niet zo eng! Wie is die enge vent achter je? Waarom zijn zijn ogen wit?
1;15  @Jennifer Hey, kappen nou dit is niet leuk! Jenn! Jenn! Ik word bang! Houd op!
1;16 @Jennifer Ik ga off line, ik vind dit niet leuk Jenn, ik bel je, je neemt niet op, je beantwoord mijn chat niet. Wie is die vent!!? Waarom heeft hij zijn handen om je keel en waarom lach jij hysterisch alsof je gek bent JEN! KAPPEN! NOU!
1;18@Jennifer nu ga ik echt of! Je hoeft me morgen niet te bellen! Ik vind dit niet leuk!

Ik haal diep adem, blijkbaar stond de webcam aan en zag zij een man achter mij…? Dacht ze dat ik een of andere grap uithaalde? Ik pak mijn mobiel. Nee, geen oproep gemist. Daizy chat dat ze gebeld heeft. Wat is er aan de hand? Ik bel Daizy. Voicemail. “Dais..bel me terug…..ik zie nu pas je chat bericht en ik heb geen idee waar je het over hebt. Wil je me terugbellen?”

Zenuwachtig loop ik op en neer. Mijn telefoon gaat, het is Mays. Het gaat slechter met haar. Ze wil afscheid nemen nu ze nog kan praten. “Ik kom eraan.” Ik zak in elkaar en huil ongecontroleerd, met schokkende schouders, snot uit mijn neus en al. Ik word gek

Mays ziet er zo mogelijk nog slechter uit dan gisteren. Ze heeft een notaris laten komen om dat wat ze heeft wettelijk te verdelen. Ik hoor de aanwezigen praten, maar luister niet echt. Joy is er ook. Ik ken haar niet goed. Ze is een vriendin van Mays en ook helemaal ‘in to’ het spirituele. Ze heeft stenen meegenomen en legt die om het bed van Mays. Als of dat helpt…
Op het moment dat ik het denk kijkt Joy mij aan. “Stenen kunnen bescherming bieden” Ik knik, alsof ik het begrijp en het met haar eens ben. Ik heb geen zin in discussies. Ik moet haar niet. Mays wil ons een voor een spreken. Ik mag als laatst, daar ben ik blij om. Zo kan ik nog het langst van haar genieten.  We mogen gebruik maken van een grote kamer in het ziekenhuis waar we kunnen wachten tot Mays ons roept. De andere bezoekers zoals haar ouders, zus en nog wat vriendinnen praten druk met elkaar. Af en toe knik ik of lach ik mee. Het gaat allemaal een beetje langs mij heen. Alles lijkt zo betekenisloos wanneer de dood op de drempel staat.

Joy legt haar hand op mijn schouder. Ik krijg de rillingen van dat mens. “Het is okay, …..Jennifer, Jennifer, is het toch?”
“Ja.” “De dood bestaat niet, wanneer Mays haar lichaam loslaat transformeert ze enkel naar haar ware vorm. Ze gaat niet weg. Ze gaat niet dood. De dood bestaat niet. Wanneer je dat ziet, kun je vrede hebben met wat er nu gebeurt. Alles heeft een reden. Ook dit.” Ik moet heel erg mijn best doen om haar goedbedoelde zinnen niet keihard terug te slaan. “Joy, is het toch?” De warme toon die ik in mijn stem wilde leggen moet halverwege mijn keel bevroren zijn, want mijn stem klinkt koud. “Ja, dat klopt, dat ben ik” “Joy….ik weet niet goed hoe ik dit moet zeggen en ik weet dat jij het goed bedoelt maar ik heb er op dit moment geen boodschap aan je goedbedoelde diepzinnige adviezen. Bewaar die maar voor iemand die er wel wat aan heeft.”  “Ik begrijp het. Als je wilt praten…ik kan ook heel goed luisteren en mijn mond houden” Ze drukt mij een kus op mijn haar en ineens voel ik me schuldig.

Een rilling loopt over mijn rug en ik ruik de geur van verrotting weer. Mijn handen worden ijskoud en het is net alsof er ijspegels van vingers zachtjes over mijn huid strelen. Ik spring op en loop naar de drankautomaat.  Voelt niemand anders die kou? De anderen praten gewoon door, ze merken er niks van. Hoe kan dat? Word ik gek? Een vinger glijdt langs mijn nek en ik voel zijn adem duidelijk op mijn gezicht alsof er iemand pal voor mij staat. Mijn ogen schieten alle kanten op. Niemand ziet het! Hij, het, strijkt mijn haren uit mijn gezicht. “Bijna klaar, dan kom ik voor jou…” Een stem vult mijn hoofd. Het is officieel….ik ben gek.

Ik zit in de auto op een van de meest ontroostbare plekken die ik ken. Het ziekenhuis parkeer terrein. Met man en macht hebben ze hun best gedaan om er wat ‘gezelligs’ van te maken. Hoewel de artsen goed werk doen associeer ik deze plek met de dood. Iedereen die ik ken die erin ging, kwam er uiteindelijk niet meer uit. Het gesprek met Mays was zwaar geweest. Weer had ze mij op het hart gedrukt om informatie te verzamelen over de ‘Zielenzuiger”  maar zelfs als ik wat zou kunnen vinden. Wat moet ik dan doen?  En eerlijk gezegd durf ik niet zo goed. Ik ben bang dat er iets erg gebeurt. Dat ik ook dood ga. Negeren zou het beste zijn. Alleen het negeert mij niet terug.

De ringtone van mijn mobiel trekt mij uit mijn overpeinzingen. Sandra, van de redactie en Sandra  is op zijn zachts gezegd..not amused. “Hoezo niet ontvangen? Ik heb het vanochtend gemaild…….Ja natuurlijk weet ik dat zeker!…….Ik ga nu naar huis en dan zal ik het voor een tweede keer mailen.” Geïrriteerd zet ik mijn telefoon uit. Hoezo mijn interview niet ontvangen. Ze hebben zeker zelf een fout gemaakt en proberen mij die in mijn schoenen te schuiven! Onderweg naar huis zit alles tegen. Elk stoplicht staat op rood en alle 45 kilometer autootjes rijden op de weg.  En terwijl ik het gevoel heb dat de duivel mij op de hielen zit, word ik gedwongen tot een tempo waar een schildpad nog ongeduldig van zou worden.

Ik kom thuis, loop op mijn laptop af en neem het ding mee naar de bank. Het is ijskoud in huis. Ik pak een deken erbij en kijk bij mijn verzonden items. “Ja! Zie je!” roep ik tegen niemand in het bijzonder. Daar is ‘ie de mail met interview, vanochtend om 10.23 verzonden.  Ik wil de mail net forwarden wanneer  Jinx de kamer binnen komt stormen alsof ze op de vlucht is voor iets. Ze kijkt rond alsof ze iets volgt. Haar haren gaan overeind en weer begint ze te grommen. Mijn televisie springt aan. Ik spring van schrik van de bank.  Albert Verlinde stormt mijn woonkamer binnen met een of ander dom verhaal over Paris Hilton. Jinx ligt onder de bank, de stank van verrotting is niet te harden. Ik sta als aan de grond genageld. Ik voel de kou vanaf de grond omhoog kruipen. IJzige vingers grijpen zich aan mijn enkels vast en trekken zich langzaam omhoog. Langs mijn kuiten, benen, buik en rug naar mijn gezicht. Een standbeeld van ijs. Zo voelt het. Ik vraag me af of de slachtoffers van Medusa zich net zo gevoeld hebben wanneer zij in een standbeeld veranderden.  Wanneer de kou bij mijn oren aankomt hoor ik een oorverdovende klap.

Ik open mijn ogen en zit op de bank. Mijn laptop ligt naast mij. Het mailtje dat ik wilde forwarden staat open. Klaar om verzonden te worden. Ik doe dat dan ook maar meteen. De televisie staat uit en ik zit nog gewoon onder de deken op de bank.  Alleen Jinx verraad dat er iets niet klopt. Haar haren staan overeind en het is net alsof ze iets nauwlettend in de gaten houdt. Alles lijkt normaal. Word ik gek? Ik ben me ineens akelig bewust van mezelf in de ruimte van mijn huis. Alsof ik gedeeltelijk naar mezelf kijk. Ik weet niet goed wat ik met mezelf aan moet en laat het bad vollopen bij gebrek aan een beter idee. Mijn ochtend douche had meer weg gehad van een waterballet aangezien ik het douchegordijn niet meer durf te sluiten. Ik ben bang dat als ik het douchegordijn weer open doe, alles er anders uit ziet. Ik gooi een flinke scheut lavendel in het dampende water. Als het goed is draagt lavendel bij aan je ontspanning. Daar kan ik wel wat van gebruiken.

Ik zak langzaam in het hete water om mijn lichaam aan de temperatuur te laten wennen. Met opgetrokken knieën blijf ik een poosje zitten.  Ik lijk wel een zombie. Ik denk terug aan die avond van 1 oktober, nu precies 29 dagen geleden. Mays had het perse willen doen. Ze wist wat ze deed. Ik hoefde alleen maar de antwoorden op haar vragen op te schrijven. Wat kon mis gaan? Het is toch nep?  Ik wil niet langer nadenken en sluit mijn ogen. Ik probeer mijn hoofd leeg te maken door op mijn ademhaling te letten maar zonder succes, ik dwaal steeds af. Wat is er toch aan de hand?

Ik schrik van het schelle geluid van mijn mobiel in de badkamer, het is Joy, ze valt meteen met de deur in huis.
“Mays heeft mij gevraagd of ik je kon bellen zodat je mij het verhaal van jullie ‘Quija bord ervaring’ kan vertellen. Misschien hoor ik er iets in dat belangrijk voor is Mays, we hebben nog maar weinig tijd.”

“Eh, hallo Joy, leuk dat je belt, ik zit nu in bad. Kun je over tien minuten terug bellen?” Mijn gemaakte vriendelijkheid druipt van het sarcasme.
“Jennifer! dit is serieus!”
“Vertel mij wat! Joy! Alsof ik dat niet weet!”
“Okay rustig maar, ik bel je zo terug.”
“Dank je.”

Geërgerd stap ik uit bad, ontspannen lukt nu toch niet.  Ik droog me af, smeer me in en loop naar beneden. Precies 10 minuten later gaat de telefoon.  “Joy” Zeg ik gemaakt vrolijk. “Jennifer, Joy klinkt koeltjes, het gaat niet goed met Mays en ik weet dat jij er anders over denkt dan ik maar het is belangrijk dat jij mij zo gedetailleerd mogelijk vertelt wat jullie precies gedaan hebben en hoe. Het kan haar redden. We hebben alleen maar nu om het uit te zoeken”
Ik zucht. “Hoe bedoel je – alleen maar nu?”
“De nacht van 31 oktober op 1 november is het Samhain.”
“Sam wat?”

“Samhain, vervolgt Joy, de sluier tussen onze wereld en de wereld van de spirits is dan op zijn dunst, dat is het moment dat de Zielenzuiger iedereen die met Mays verbonden is kan aanvallen. Snap je wat dat betekent? Niet alleen Mays is in gevaar maar jij ook! Ik ook! Iedereen met wie Mays een hartverbinding heeft zal in meer of mindere mate getroffen worden door de Zielenzuiger. Hoe sterker de verbinding hoe harder de klap, het kan zelfs je dood betekenen!” “Joy, even serieus ‘Zielenzuiger?’ heet die gast serieus zo? En hoe weet jij dat? Sorry hoor maar dit klinkt wel heel erg horror film achtig. En horror films zijn nep!”

“Oh, dus jij hebt geen koude wind gevoeld,  bij jou zijn geen gekke dingen gebeurd?” Ik slik. “Nou….” Joy zucht. “ Jennifer, we denken hier duidelijk anders over. Kun je mij gewoon vertellen wat jullie precies gedaan hebben, vanaf het begin” Het klinkt niet echt als een vraag, ik besluit mee te werken ook al heb ik geen idee waarin ik beland ben.

“Nou, ik kwam dus 1 oktober bij haar  rond een uur of acht. Mays had er naar uit gekeken en volgens de pendel was 1 oktober de juiste dag voor magisch werk, ze wilde graag antwoord op haar vragen. “Wat voor vragen?” “Gewoon over carrière en over de liefde, over het universum, maar aan die vragen zijn we niet toegekomen.”

“Waarom niet?”

“Ja, wil je de details of blijf je mij onderbreken? Als je luistert en je vragen voor later bewaart dan word je vanzelf een hoop duidelijk.” Ik zucht, “Sorry ik sta net als jij onder spanning. Ik reageer een beetje scherp.” “Nee, je hebt gelijk. Ik zal mijn best doen je niet te onderbreken, ga verder.” “ Ze vertelde dat ze wist wat ze deed, ik hoefde alleen maar mijn wijs en middelvinger losjes op het glas te leggen en mijn hoofd leeg te maken. Ik zou de antwoorden opschrijven en het maakte niet uit dat ik er niet in geloof,”..ik aarzel,..”geloofde. Ik ging zitten aan de eettafel, naast het Ouija bord lagen een blocnote en  pen al klaar. Mays begon met een of andere sterk ruikend wit gedroogd blaadje de ruimte rond te lopen.”
“ Vermoedelijk witte salie….Ga verder.” Ik moet ik mijn lach in houden ik ben in een Z film beland! Een B film voorbij! En Joy is een paragnost slash detective met bad hair en vreselijke schoenen.

“Wat het ook was, het stonk! Volgens Mays zuiverde het de energie in de kamer. Toen ze daar mee klaar was trok ze een fantasie cirkel om de eettafel heen en ze vroeg om bescherming van alle mensen uit alle windrichtingen. Of zoiets. Ik weet dit stukje niet meer zo goed omdat ik heel hard in de lach schoot. Toen Mays zei dat ik echt disrespectvol tegen de windrichtingen was kwam ik helemaal niet meer bij!”

Ik moet er weer een beetje om lachen, tegelijkertijd voel ik verdriet. Toen was alles nog goed en was Mays gezond. “Ze riep om de bescherming van de goden van de verschillende windrichtingen.” Zegt Joy met een stem waaruit het geduld is verdwenen. “Nou en toen ze dat had gedaan nam ze plaats aan tafel tegenover mij. We deden een korte ademhaling oefening om ons hoofd leeg te maken en toen vroeg Mays; ‘Is daar iemand…hallo?’ Eerst gebeurde er niks maar na ongeveer een halve minuut schoot het glas naar de “Ja”. Ik beschuldigde Mays ervan het glas een duw te hebben gegeven maar ze ontkende.”

“Wacht even, vroeg ze ‘is daar iemand?’ Vroeg ze niet bijvoorbeeld naar haar gids?” “Nee, ik weet zeker dat ze zei ‘is daar iemand’, waarom is dat zo belangrijk?” “Omdat dan, wie het eerst komt, wie het eerst maalt…” De stem van Joy klinkt ongerust. Ik krijg een onbehaaglijk gevoel. “En toen?”

Ik ga verder en doe alsof ik haar ongerustheid niet hoor en geen knagend gevoel heb in mijn maag. “Mays stelde de ‘geest’ wat controle vragen zoals; hoeveel geld zit er in mijn portemonneeen hoeveel wasknijpers zitten er in de zak. Het geld had de geest goed, de wasknijpers niet. Ik vond dat duidelijk een teken van het onbewuste, Mays weet natuurlijk zelf wel hoeveel geld ze heeft maar ze weet niet hoeveel knijpers er in de zak zitten. Mays en ik raakte hierover in discussie ik probeerde haar te overtuigen van mijn gelijk, namelijk dat dit onzin is.Op dat moment begon het glas als een gek het figuur 8 te maken maar dan liggend, achter elkaar op een hoog tempo. Toen schoot het glas over het bord. ‘Ik ben boos! Ik kom voor jou!’ vervolgens vloog het glas met een enorme kracht tegen de muur.”

“En toen?”

“Mays rende de keuken in om het raam open te doen, vraag me niet waarom en ik zat aan mijn stoel genageld.” “Mays is naar de keuken gerend? Heeft ze eerst de cirkel opgeheven?” “Je bedoelt dat ding met die mensen uit alle windrichtingen? Nee daar rende ze dwars door heen.” “Dan is ze niet meer beschermd! Luister hoe je hier ook over denkt, doe alsjeblieft wat ik van je vraag. Strooi zout op de drempels van alle deuren in je huis. Het houdt de Zielenzuiger buiten. Doe het maar gewoon he, baat het niet dan schaadt het niet.

Verder, denk goed na, de Zielenzuiger kan niet zomaar op een Ouija bord afkomen. Het heeft een poort nodig waar hij door heen kan, een sleutel zeg maar. Dat is niet het enige. Iemand moet zijn bestaan erkennen en zijn naam moet genoemd, gelezen en gehoord worden op het zelfde moment. En hij moet een vriend op aarde hebben, Als dat alles samenkomt is hij vrij om zijn slachtoffer uit te kiezen. Is er iets dat Mays je verteld heeft dat een lampje bij je doet branden?”

“Nee…geen lampje.”
“Denk er over na, morgen voor zonsondergang moeten we een oplossing hebben.”

We hangen op. Ik ben moe ik voel me leeg. Mijn beste vriendin ligt op sterven en ik voer gesprekken over geesten. Nog geen week geleden zag mijn leven er heel anders uit.

Ik heb niet genoeg zout in huis om elke drempel aan te pakken. Het maakt me niet uit of het waar is of niet ik ben moe en wil rustig slapen en als zout mijn placebo kan zijn dan so be it. Voor de zekerheid strooi ik ook maar wat om mijn bed heen.  Jinx ligt weer bij mij, ik wil haar niet alleen laten en ik wil niet alleen zijn. Tegen mijn verwachting in, val ik als een blok in slaap.

Het is 3.33 wanneer ik wakker word. Jinx ligt op mijn borst en staart mij recht in mijn ogen. Het licht op de gang is weer aan dus ik kan haar goed zien. Haar ogen zijn melkwit en staren mij aan. Haar staart zwiept in een lui tempo van links naar rechts.  Ik wil haar van me af gooien maar elke bijna beweging van mij wordt nauwkeurig door Jinx gevolgd. Er gaat een dreiging van haar uit. Ze kijkt me weer indringend aan. Het is net alsof er iemand in haar zit  die in mijn hoofd wil kijken. Het lijkt alsof ze lacht. Dat ziet er gruwelijk eng uit met die melk witte ogen. Het lijkt een eeuwigheid te duren maar uiteindelijk durf ik haar van mij af te werpen. Ze mauwt klagelijk en springt meteen weer terug. Haar ogen staan dan weer normaal. “Ga weg Jinx!” Sis ik, “je doet eng!”  Ik bedenk me dat ik haar bij mij had toen ik zout om het bed heen strooide. Voortaan eerst strooien en dan Jinx roepen. Toch durf ik nu geen risico’s te nemen en ik gooi Jinx van het bed af.  Mijn hart klopt in mijn keel en ik ben klaar wakker. De rest van de nacht doe ik geen oog meer dicht.

Ik moet tegen de ochtend toch in slaap gevallen zijn want het is middag wanneer ik wakker word. De herfst zon schijnt behaaglijk in mijn gezicht en zo op de drempel van droom en werkelijkheid is er even niks aan de hand. Tot dat het besef inslaat dat mijn leven drastisch veranderd is  en geesten ineens bestaan. Het is of dat, of ik word gek. Joy belt, ze is in het ziekenhuis. Mays is vannacht overleden. “Maar we hadden tot zonsondergang!“ protesteer ik zwak. “Hij is sterker dan ik dacht.” De stem van Joy klinkt, net als de mijne, verslagen. Ik heb gesprek met Joy nog niet verbroken of Sandra van de redactie belt.

“Jennifer het valt mij van je tegen zulk prutswerk te ontvangen. Is dit een grap? Wil jij nog langer voor ons blad blijven schrijven? Ik zou als ik jou was maar heel snel voor 15.00 het artikel inleveren. Anders, jongedame, lig je er uit!”  Na haar tirade hangt ze meteen weer op. Ik heb geen woord gesproken nog geen eens hallo gezegd. Het kan mij weinig schelen. Mays is dood. Ik strooi zout om mijn bed en Jinx heeft een rol in the Exorcist. Mijn freelance ‘baan’ is wel het laatste waar ik mij zorgen om maak.

Uit gewoonte klap ik mijn laptop open. Sandra heeft mij ook hier opgezocht om mij te vertellen dat ik er bijna uit lig. Ik open haar email waar een grote rode ‘high priority’ pijl naast staat en kijk vol verbazing naar mijn artikel. Dit heb ik niet geschreven! Sterker nog de taal waarin het geschreven is komt mij niet bekend voor. Ineens is de huiskamer anders stil dan het vijf minuten geleden was. Of het mijn angst is of dat er echt iets de kamer in komt, ik weet het niet maar ik ben bang. Mijn hart lijkt uit mijn borstkas te willen springen, mijn mond wordt droog, mijn oren suizen. Met trillende vingers sms ik Joy voor haar email adres. Haar antwoord volgt snel. Ik doe mijn uiterste best om mij op mijn taak te concentreren en me niet door mijn angst te laten overmannen. Alsof een ander mij bestuurt, zo voelt het als ik de email naar Joy op maak en er bij typ; “Dit is niet mijn interview, ik ken deze taal niet, ken jij het? Heeft het met de Zielenzuiger te maken?”

Nu is het echt, nu is het waar. Ik druk op send. Ik kan het ergens niet geloven dat ik het geloof. De Zielenzuiger. Ik proef het woord op mijn lippen. Dwars door mijn angst schiet mijn woede naar boven en schreeuw ik woorden tegen de Zielenzuiger die ik liever niet herhaal. Ik zit hijgend op de bank. Uitgeput van huilen en schreeuwen. Jinx komt de kamer binnen lopen. Ik gooi het kussen richting haar. Zolang die Zielenzuiger er is vertrouw ik die kat voor geen millimeter meer. Vanaf dat Jinx mij met melkwitte ogen aankeek is ze een vreemde voor mij. Verbaasd en beledigd kijkt ze mij aan. Althans zo interpreteer ik haar blik. Ik voel me schuldig en net als ik haar bij mij wil roepen voel ik de kou weer langs mijn gezicht trekken. Jinx begint te blazen. Ineens is het net alsof ze opgepakt wordt en weggegooid wordt. Jinx mauwt klagelijk, herstelt zich en rent de kamer uit.

Ik voel dat de aandacht op mij gevestigd is. Alsof iemand intunet op mij.  Ik ben niet alleen in deze kamer. Ik hoor de voetstappen dichterbij komen over de houten vloer. Alsof het kraakt onder zijn voeten. De tv springt aan, het geluid staat keihard. Even plotseling als dat de televisie aan ging, springt hij weer uit. In de spiegel, die ik vanaf de bank kan zien, zie ik een gedaante, te vaag om het goed te kunnen omschrijven. Al heb ik wel de indruk dat ik zijn rug zie. Als ik voor mij kijk zie ik niks. In de spiegel wordt de gedaante scherper, ik zie een zwarte lange jas, of cape. Het beeld wordt duidelijker en ik zie hem inderdaad op de rug. En terwijl hij met zijn rug naar mij toe blijft staan zie ik dat zijn hoofd langzaam naar mij toe begint te draaien. Ik kijk weer voor mij. Niks. Mijn handen trillen,  het enige wat ik kan doen is kijken. Ik wil rennen maar ik durf niet. Dan moet ik door hem heen. Ik weet niet wat ik moet doen.

Ik kijk terug in de spiegel en hij kijkt mij bijna aan. Dan ineens ontmoeten zijn ogen de mijne en ik zie zijn gezicht. Ik geef over. Zoiets walgelijks en angstaanjagends heb ik nog nooit gezien! Mijn lichaam schiet van verlamming naar actie. Gillend en met mijn handen voor mij uit, ren ik ‘door’ hem heen. Ik voel het wanneer ik hem raak. IJs en verrotting lijken aan mij te trekken. Alsof er honderden krioelende vingertjes zich aan mij vastzuigen en uit mij drinken. Anders kan ik het niet omschrijven.

In een flits zie ik, in de spiegel, iets dat op een lange tong lijkt, langs mijn wang strelen. Ik voel hoe die plek op mijn wang opdroogt en een plakkerige plek achterlaat. Er gaat weer een golf van misselijkheid door mij heen. Het lijkt alsof ik door stroop ren en de voordeur is nog nooit zo ver geweest. Ik zwaai voor mijn gevoel na een eeuwigheid de voordeur open om in mijn ochtendjas het huis uit te rennen. Ik blijf hier geen minuut langer! Ik kan niet meer remmen en  bots met een vaart tegen Joy op.

“Joy!” Ik vlieg haar huilend om de hals. “Oh wat ben ik blij dat jij er bent!” Huil ik hysterisch.  “Hij was hier, hij is zo gruwelijk. Ik heb de Zielenzuiger in de spiegel gezien! In het echt zag ik niks maar in de spiegel kon ik hem goed zien! Hij is vreselijk.” Ik kan niet meer stoppen met huilen, trillen en praten. Joy leidt mij zachtjes terug de woonkamer in, alles is weer normaal. Ze  zet mij neer op de bank en begint zonder iets te zeggen mijn kots op te ruimen. “Ga maar even rusten.”  Ze drukt mij een kop warme kruidenthee in de handen.

“Gecondoleerd.” Ik heb geen idee waarom ik dat nu zeg, het klinkt ook niet. ‘Gecondoleerd’. Wat betekent dat woord eigenlijk? “Jij ook.” Er valt een stilte, eentje die ik in mijn vorig leven opgevuld zou hebben met druk gebabbel. Net als mijn freelance baan interesseren ongemakkelijke stiltes mij ook niet meer. Ik kijk naar buiten, de zon staat laag. Nog even en de sluier is op z’n dunst. Ik voel me rozig. De bel gaat. Ik verwacht niemand. Joy staat op om de deur open te doen, Mijn lichaam voelt zwaar. Joy komt met Sandra terug de woonkamer in lopen.

Sandra? Wat doet die hier? Ik wil wat zeggen maar het geluid wil niet komen, alles voelt zo zwaar. Ik wil even rusten. Even mijn ogen sluiten. Ik vraag haar straks wel waarom ze hier is.

Ik word wakker in mijn bed en rek me uit. Ik voel me moe maar wel lekker. Alsof ik in de zon heb gezeten en een wijntje heb gedronken, rozig, aangenaam zwaar. Ik sluit mijn ogen, nog heel even terug naar mijn droom. Ik weet niet meer wat het was, maar het was zalig, dat weet ik wel. Iemand tilt mijn hoofd op. “Hey Joy!” Zeg ik schor. “Hier Jenn, neem maar een slokje hiervan, je bent uitgeput, dit helpt je om aan te sterken.” Ik neem een slok. Ergens rechts van mij voel ik Jinx op het bed springen. De geur van Caesar komt voorbij wanneer ze naar Joy begint te blazen. Ik wil Joy vragen om Jinx weg te halen. Ik vertrouw haar niet meer.  Maar de woorden blijven ergens halverwege mijn keel steken.

Ik word wakker, het is donker. Ik wil opstaan maar mijn lichaam is zo zwaar. Joy komt de kamer binnen en gaat bij mij op bed zitten. “Gaat het weer?” “Ik weet het niet, ik voel me zwaar. Wanneer ik beweeg lijk ik wel in drijfzand te zitten. Niet dat ik daar ooit in vast heb gezeten, maar ik denk dat het ongeveer zo voelt. Sorry, ik ratel. Heb je iets ontdekt over het interview?” Joy helpt mij om wat rechter op te gaan zitten. Ik heb het gevoel dat ik een marathon heb gelopen. Zou Mays zich ook zo gevoeld hebben? Zit de Zielenzuiger nu achter mij aan? Ga ik dood?

“Ja, ik heb heel wat ontdekt met dat interview!” Joy stopt het vragenvuur dat is losgebarsten in mijn hoofd. Ik ben een en al aandacht. “Nou! Vertel dan.” “Het interview is geschreven in een dode taal.”
“Dat heb ik niet gedaan hoor! Ik heb gewoon in Nederlands geschreven!” “Dat weet ik!, laat me nou uitpraten. Bijna niemand kent deze taal.” “Maar jij wel?” “Nee, ik ook niet. Maar ik ken iemand die het wel kent en hij heeft het voor mij vertaald.
Er staat :

566 jaar heb ik gewacht om terug te mogen komen tot dat moment waarop het klimaat precies juist is om mij te ontvangen. Het klimaat van angst en haat  geeft extra kracht. Ik kom voor jou, jou en jou. En ja ook voor jou. Je kunt verstoppen, je kunt je niet verbergen. Alles en iedereen is verbonden. Maak een ziel corrupt en je tast het hart aan. Kom, sta op mijn kinderen. Jullie Vader is terug en we hebben honderd jaren om het paradijs op aarde te vervolmaken.’

“Sorry hoor ik heb het allemaal zelf mee gemaakt, de kou, een freaky kat, te veel om op te noemen,  maar plus honderd jaar is 666! Ah, nee dat is te cliché!” “Jennifer jij kent geen respect, niet voor de Goden en niet voor de Zielenzuiger. Dat zal je duur komen te staan.” “Pardon! Dat klinkt als een dreigement!” “Zo bedoel ik het niet, maar de geesten luisteren mee en horen alles wat jij zegt. Wil je de Zielenzuiger echt beledigen?”
“ Nee. Dank je, je hebt gelijk.” “Hier drink hier nog wat van, het zal je goed doen.” “Nou ik begin me eindelijk weer een beetje fris in het hoofd te voelen, volgens mij zijn die watten er nu wel uit. Zag ik Sandra binnenkomen?” “Drink toch maar, want het lijkt alsof je je goed voelt maar dat is niet zo, dat komt door de drank. Als je nu niet een paar slokjes neemt, gaat het effect weg. Daarnaast zie je dingen die er niet zijn. Wie is Sandra? Hier Jennifer, drink.” “Okay.”  Ik neem een paar grote slokken en zak weg in de duisternis.

“Je slaapt te lang.”

“Hey! Mays! Wat doe jij hier? Je bent toch dood?”
“Je droomt en nee, ik ben niet dood, ik lig in coma. Vlak voor zonsopgang zal ik sterven.”
“Je leeft nog! Wat een goed nieuws! Je sterft niet, niemand sterft twee keer en jij bent vandaag al een keer gestorven.”
“Jenn, het is belangrijk dat je goed naar mij luistert. De Zielenzuiger gebruikt mij als baken. Vannacht zal hem een offer gedaan worden en dat zal hem genoeg kracht geven om door de sluier heen te breken. Via mij houdt hij contact met onze wereld zonder erin te treden. Je moet wat doen.”
“Wie heeft er van mij een ghost buster gemaakt? Wat moet ik doen? Weet jij het, want ik weet het niet!”

“Je slaapt te lang. Word wakker!”

Het is donker,  Jinx ligt tegen mij aan. Ik hijs mezelf wat omhoog. “Hey, ben je wakker? Hier heb je wat soep.” “Hoe laat is het?” “22.00” “Ik eet de soep straks wel. Ik wil eerst even douchen.”
“Zal ik het bad voor je aanzetten?” “Nee, dank je. Blijf je slapen? Ik durf vannacht niet alleen te slapen, met die dunne sluier enzo.” “Graag, ik slaap vannacht ook niet graag alleen.”

Als ik onder de douche vandaan kom, heeft Joy de huiskamer aangenaam verlicht met kaarsen. Heel even vergeet ik mijn angst, vergeet ik dat ik mijn vriendin verloren ben. Ik had een droom…..iets met een reddingsboei……of…nee..baken.. Mijn hoofd is duf, ik kom er steeds net niet bij. Ik installeer mij op de bank met een dekentje. Afwezig neem ik slokjes van de soep.

Ik kijk verbaasd op wanneer Sandra vanuit de keuken de woonkamer in komt lopen. Dus toch! Hier klopt iets niet. “Sandra, wat doe jij hier?”
“Ik kom je ontslaan.”
“En dan wacht je een paar uur totdat ik wakker ben?”
“Nee natuurlijk niet, mallerd! Ik ben er net!”
“Ja, ze is er net.” Bevestigt Joy. “Dat geloof ik niet. Sandra, ga mijn huis uit en Joy ga jij ook maar mee!”

Ik sta op om mijn woorden kracht bij te zetten. Het is mijn bedoeling resoluut naar de deur te wijzen. Maar ik val weer terug op de bank. Mijn lichaam is te zwaar. Mijn ogen vallen dicht. Ik kan alles horen maar niks bewegen. Een paniek aanval schiet als een orkaan door mij heen. Ik krijg het Spaans benauwd. Ik kan niet bewegen. Ik wil gillen, schoppen, bijten, maar ik kan helemaal niks. Ik ben als verlamd. Verlamd en bij bewustzijn.

“Het werkt, denk je dat ze nog kan bewegen?”
“Nee, joh!”, Joy lacht, “die soep is sterk!” Ik hoor mijn telefoon gaan. Joy neemt op en doet een perfecte imitatie van mijn stem. Van wat ik eruit op maak is het Daizy. Nu gerustgesteld. Ik haalde blijkbaar een halloweengrap uit gisteren. Een kou klimt vanaf mijn benen langzaam naar boven, honderden kleine vingertjes beginnen als visjes aan mij te zuigen. Steeds verder in mij. Hij ruikt aan mij, vlak bij mijn nek. Ik kan hem voelen. De kou is niet te negeren.

“Nog even meester en dan heb je een nieuw lichaam.”

Ik denk terug aan wat Joy zei over de voorwaarden van het vrij komen van de Zielenzuiger. Zijn naam is genoemd, gehoord en geschreven op hetzelfde moment. Dat klopt, dat is tijdens het interview gebeurd, Asmodeus. Dat moet de naam zijn. Dat kwam me al zo bekend voor. Een gevallen Engel. Dat ik dat niet eerder zag! Hij heeft een vriend, Joy en Sandra en daarna kiest hij zijn slachtoffer uit. Mays. “Ik ben zijn baken.” De woorden van Mays schieten door mij heen. Hij voedt zich met haar tot vannacht. Joy wist dat Mays geesten wilde oproepen het was allemaal geregeld. En ik…. ik ben zijn nieuwe lichaam. En niemand die het weten zal…

The End

Dit verhaal is afkomstig uit de Choicez Griezel editie en geschreven door Chantal van den Berg. Meer griezelen? Klik op onderstaand Choicez Magazine om te lezen

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>